Amsterdam , Hee Pak me dan
Cis:
De ramen van de huizen zijn net ogen,
die mij volgen als ik slenter door de stad
’t Is net of ze zeggen: ‘geen geintjes, De Rat!’
Maar ik bluf gewoon terug: Héé! Had je wat,
Amsterdam…
Niets mooiers dan de Blauwbrug met z’n bogen,
die in de lente zo opdoemt in de mist
Waar ik, in de Amstel, op snoek heb gevist
En ’s winters mijn naam in de sneeuw heb gepist!
Amsterdam, héé pak me dan!
Amsterdam, ja, as je kan!
Van kleins af an
ken ik ieder straatje,
elk hoekje en gaatje
van mijn Jordaan!
Amsterdam!
Ik moet nu gaan…
Mijn Amsterdam
Zolang ik de Westertoren,
maar eventjes kan horen
weet ik ’t zeker: ‘k hoor bij
Amsterdam!
Je grachten, je stegen en je lanen
waren altijd een schuilplaats voor mijn
En zaterdags gein in de kroeg van Blauwe Hein;
daar bezingen ze jofel en fijn
Amsterdam!
|
Voor de mensen verberg ik mijn tranen;
de pijn die ook nooit meer verdwijnt…
Omdat het verleden nog elke dag schrijnt
En dat kankert door tot het bittere eind
Amsterdam, héé pak me dan!
Amsterdam, ja, as je kan!
Van kleins af an
ken ik ieder straatje,
elk hoekje en gaatje
van mijn Jordaan!
Ensemble:
Amsterdam!
Cis en Ensemble:
Amsterdam, ik zie je weer!
Ensemble:
Amsterdam!
Cis en Ensemble:
Amsterdam, tot volgend keer!
Cis:
Ik loop nooit verloren,
want ik kom hier vandaan
Ja, ik ben geboren
in de Jordaan!
Zolang ik die toren,
In gedachten blijf horen,
weet ik zeker:
‘k hoor bij Amsterdam!
Ensemble:
Amsterdam… Amsterdam…
|