|
Een
lampje voor de nacht
Meester Bruijs:
Ach lieve jongen,wanneer jij mijn zoon zou zijn,
verjoeg ik alle kwade heksen van je pad.
ik zou je steunen als het even tegen zat,
en je beschermen en behoeden tegen pijn.
We trokken samen door de stad,
en gingen op ontdekkingstocht.
En als je s`nachts mij riep omdat
een boze droom je had bezocht,
dan kwam ik bij je zitten en ik hield de wacht.
En liet een lampje voor je branden in de nacht.
Een ster aan de hemel,
een kaars voor je raam…
|
Wie roept er je naam?
Die ene die op je wacht.
Hoe zal het wezen, als straks ons kind er is?
Dit hele huis is dan vervult van nieuw geluid…
Een jongen of een meisje….? Ach wat maakt het uit.
Maar het leert zeker kattenkwaad van kleine Cis.
En hij mag worden wat- ie wil ,
een kunstenaar of advocaat!
Ik leer haar liefdevol `t verschil
tussen het goede en het kwaad…
Dus kom maar vlug, mijn schat, er wordt op je gewacht…
Er zal een lampje voor je branden in de nacht.
|